Home » Verhalen » Verhalen met een glimlach » Vrolijk Pasen

VROLIJK PASEN


VROLIJK PASEN

 

Op een zonnige namiddag opende ik de deur van een kleine kroeg in de buurt van de Achtergracht. Nu zult u zich misschien afvragen wat ik in een dergelijke wijk te zoeken heb en of mijn vrouw van mijn stiekeme levenswandel op de hoogte is, maar ik kan dan met een gerust hart antwoorden dat ik, op zoek naar stof voor mijn verhalen, geen plek, hoe duister dan ook, over mag slaan. Hiermede moge mijn blazoen gezuiverd zijn.

Aan de tap zat een dame, die precies paste in het beeld dat je van dames hebt die in de buurt van de Achtergracht hun beroep uitoefenen. Ze was vrij schaars gekleed, had ronde vormen en ik schatte haar eind veertig. Voor haar stond een glaasje, met daarin een groenachtige substantie dat er vrij onschuldig uitzag, maar waarvan ik het vermoeden had, dat het weleens een venijnige uitwerking zou kunnen hebben bij degene die er te roekeloos mee omsprong. Ik bestelde een biertje bij de kastelein met een ongelofelijke buik, die bij een dergelijke omvang rustig "een dikke pens" genoemd mocht worden. Traag kwam hij overeind.

'Ga je nog wat leuks doen met de Pasen?' vroeg hij aan de vrouw, terwijl hij mijn bestelling tapte.

'Nee, dank je beleefd.'

De kastelein zette mijn biertje op de toog en zeeg weer neer op zijn kruk.

'Nou, dat klinkt niet erg vrolijk.'

'Ik heb de paas van vorig jaar nauwelijks verwerkt. Ik sla even een rondje over.'

'Was het zo erg?'

'Ach man, hou op, nog veel erger.'

'Vertel,' zei de kastelein.

'Ik dacht: ik doe eens wat bijzonders met de paas. Ik geef mijn bedrijf eens een leuke opfrisser.'

'Twee beurten voor de prijs van één,' zei de kastelein, terwijl hij mij een knipoog gaf.

'Nee, daar beginnen we niet aan grapjas, het moet wel leuk blijven. Maar goed, ik denk dus: het is Pasen en ik doe eens wat extra's. Kan nooit kwaad toch? Je moet af en toe eens wat investeren, voordat je het weet is de loop eruit.'

'Maak je geen zorgen,' antwoordde de kastelein, 'je ziet er nog goed uit.'

'Dat kan wel zijn, maar de concurrentie is moordend vandaag de dag. Ze worden steeds jonger en ik steeds ouder.

Ze nipte aan haar glaasje en slaakte een diepe zucht.

'Maar goed,' zei de kastelein, die nieuwsgierig geworden was, 'ga verder.'

'Je kent Freek,' zei de vrouw.

De kastelein wendde zich naar mij. 'Freek woont boven haar, hij is homoseksueel.'

'Nou, dat is wel heel erg deftig uitgedrukt.'

'Hoe zou jij het dan willen noemen?' wilde de kastelein weten.

'Een nicht als een paard.'

Ik kende de uitdrukking niet en kon het niet nalaten te lachen.

'Ja, zo omschrijft hij zichzelf hoor,' zei ze tegen mij, 'dus mag ik het ook wel zeggen.'

'Ja, dan mag jij het ook zeggen,' vond de kastelein.

'Freek komt elke dag even kleppen, hartstikke gezellig. Kom niet aan Freek, want ik hou van 'm. Toen hij een week voor de Pasen weer eens bij me zat, zei ik dat hij vijftig euro kon verdienen. Nu zit Freek vaak slecht bij kas, dus hij zat meteen recht overeind.

"Vijftig euro?" vroeg hij, "wat moet ik daarvoor doen dan?"

"Voor paashaas spelen," zei ik.

"Voor paashaas spelen?"

"Ja, ik wil met de paas een beetje sjeu in de zaak gooien, dus vandaar."

"En voor wie moet ik dan voor paashaas spelen?"

"Voor mijn klanten natuurlijk."

"Voor je klanten?" vroeg hij verbaasd. "Terwijl jullie daar liggen te … nou ja, je weet wel."

"Nee, natuurlijk niet malloot," zei ik, "het is geen peepshow."'

Ik bestelde nog een pilsje en gaf de vrouw ook een rondje. Er was tenslotte een verhaal aanstaande en dat mocht wat kosten. Ze dronk haar glaasje leeg en schoof het naar voren. 'Hetzelfde dan maar. Dank je wel.' Het eerste tegen de kastelein, het tweede tegen mij.

'Afijn, wij op de woensdag voor Pasen naar een kostuumverhuurbedrijf, waar Freek in een paashaaskostuum werd gehesen. Hij zag er niet uit. Wat een giller zeg, ik lag helemaal in een deuk.

"Wilt u er een mandje bij?" vroeg dat kostuummens.

"Een mandje?" vroeg ik, "wat moet hij met een mandje?"

"Voor de eitjes," zegt ze.

Ik zeg: "Welja, doe er maar een mandje bij, dan doe ik daar de chocolade eitjes in."

"Mag ik dat pak meteen aanhouden?" wilde Freek weten.

"Dat pak meteen aanhouden?" vroeg ik.

"Ja, dan went het alvast een beetje."

"Ja hoor, geen probleem," zegt die vrouw, "al wil je ermee naar het boekenbal."

"Je gaat me toch niet vertellen dat je dat malle pak aanhoudt?" vroeg ik.

"Waarom niet?"

"Omdat je straks wel over de gracht naar huis moet grappenmaker. Voordat je het weet word je opgepakt en zit je met de Pasen in een dwangbuis op een kamertje alleen. Uittrekken die handel."

Thuis heb ik uitgelegd wat de bedoeling was.

"Kijk," zei ik, "zo gauw ik een klant heb tik ik tegen de buizen van de verwarming. Dan kom jij als de sodemieter naar beneden in dat pak en je verstopt je achter het gordijn in het achterkamertje. Dan ga ik met die klant daar naartoe en zo gauw we daar zijn, kom jij tevoorschijn."

"Moet ik gewoon lopen of huppen?"

"Wat kan mij dat nou schelen, doe maar wat je leuk vindt."

"En dan?" wilde hij weten.

"Dan zeg je: 'Hallo, ik ben de paashaas en ik heb een paar lekkere eitjes voor u. Vrolijk Pasen.' Dan geef je die man een paar paaseitjes en je gaat rechtsomkeert naar boven."

"Waarom moet ik zeggen dat ik de paashaas ben? Dat ziet die man toch vanzelf wel."

"Als jij naar een hoer gaat, dan verwacht je niet dat er een paashaas achter een gordijn uitspringt. Zeg het dus maar even … voor de zekerheid."

"Ik ga nooit naar een hoer. Ik ben wat dat betreft geheelonthouder."

"Nou, dan heb je heel wat gemist in je leven. Maar doe nou maar gewoon wat ik zeg, anders kun je fluiten naar die vijftig piek."

"Als ik maar niet besprongen word."

"Besprongen?" vroeg ik.

"Ja, daar zijn konijnen heel erg goed in. Bij de konijnen af noemen ze dat."

"Ach man," zei ik, "je bent helemaal geen konijn, je bent een haas. Bovendien denk ik dat er geen enkel konijn is dat jou zou willen bespringen."

"Jawel hoor … een mannetjeskonijn."

Op de eerste paasdag, zo rond vier uur 's middags had ik de eerste klant. Ja, ik dacht: het is Pasen dus ik begin wat later. Afijn, die man komt binnen, ik doe de gordijnen dicht en tik tegen de verwarmingsbuizen. Intussen begint die kerel zich uit te kleden. Ik zeg: "Hoho, effe wachten, dat doen we hiernaast," maar hij was niet te houden. Hoge nood waarschijnlijk. Ik babbel wat met die man, die inmiddels spiernaakt was, want ik moest tenslotte Freek de tijd geven achter het gordijntje te gaan staan. Op een gegeven moment hoor ik in het achterkamertje een hoop gerommel, dus ik nam aan dat de paashaas gearriveerd was. Ik zeg tegen die vent: "Kom maar mee." Hij spiernaakt achter me aan. We staan goed en wel in het kamertje, wordt opeens dat gordijn opzij gerukt en springt Freek tevoorschijn, in z'n paashaaskostuum. In plaats dat die sufferd de afgesproken tekst zegt, roept 'ie keihard: "Boe!!!"

Die vent schrikt zich een ongeluk, haalt uit en geeft de paashaas zo'n opsodemieter dat 'ie onmiddellijk gestrekt ging. Knockout, geen beweging meer in te krijgen. De paaseitjes rolden alle kanten op.

"Wat doe je nou hufter?!" riep ik, terwijl ik hem aan de kant duwde, "dat is de paashaas!"

"Ja sorry hoor," zegt 'ie, "macht der gewoonte. Ik ben vroeger profbokser geweest en als ik iets op me af zie komen haal ik uit."

Ik zeg: "Nou lekker dan. Het ontbreekt er nog maar aan dat de dierenbescherming hier straks op de stoep staat. Je wordt bedankt!"

We hebben Freek op een stoel gehesen en eerst z'n hazenkop afgedaan. Hij zag er niet uit. Hij had een bloedneus en een gescheurde wenkbrauw. Hij was helemaal van de wereld. "Ik ga effe een glaasje water halen," zeg ik tegen die vent, "kleed je maar aan, want zo direct zal hij wel bijkomen en hij is nogal gevoelig voor blote heren."

Voordat ik het wist was die vent alweer in de kleren en zegt: "Nou, ik ben geweest, de groeten," en weg was 'ie. Dag klant.

Moest ik op eerste paasdag met een halve paashaas naar de Eerste Hulp. Z'n kop hebben we maar thuis gelaten.

"Waarom riep je in hemelsnaam boe?" zeg ik tegen hem, terwijl we op de dokter zaten te wachten.

"Ik wist m'n tekst niet meer," zegt die slome duikelaar. "Maar krijg ik evengoed die vijftig euro?"

Ik zeg: "Wat denk je zelf druiloor? Eerst laat je me een duur pak huren, vervolgens boor je me een klant door de neus en nu ben ik al meer dan een uur met je onderweg. Je kunt de pot op met je vijftig euro."

Daarom zeg ik: ik sla dit jaar maar eens een rondje over. Vrolijk Pasen.'

 

© Carl Slotboom / april 2021

www.carlslotboom.nl

www.tekstbureau-carlslotboom.nl