Home » Verhalen » Verhalen met een glimlach » Op de grote stille heide

OP DE GROTE STILLE HEIDE


Op de grote stille heide

dwaalt de herder eenzaam rond

wijl de wit gewolde kudde

trouw bewaakt wordt door zijn hond

en al dwalend ginds en her

denkt de herder: Och, hoe ver

hoe ver is mijn heide

 

OP DE GROTE STILLE HEIDE

 

Op een terrasje, behorende bij een intiem cafeetje, waar men, als ik de kaart mocht geloven, het lekkerste, meest uitgebreide en nergens zo'n goedkope lunch van heel Drenthe kan nuttigen, liep ik Wilma tegen het lijf. Ik moest even goed kijken, want het was alweer enige jaren geleden dat ik haar voor het laatst had gezien. Ze zat achter een glas witte wijn en genoot van het zonnetje en van het leven.

'Ga zitten jongen en drink wat van me,' zei ze op een toon alsof we elkaar gisteren nog hadden ontmoet.

'Laat me je eens bekijken,' zei ik, 'het is alweer zolang geleden.'

'Je kijkt maar, het moois is er toch al vanaf.'

Ze was niet veel veranderd, Wilma. Nog steeds die struise Jordanese, verdwaald in de ingewanden van Drenthe. Achter de liefde aangelopen, in de gedaante van Herbert, een jongen van het platteland. Zij en haar man behoorden ooit tot die vage kennissen, die uit beeld verdwijnen wanneer ze vertrekken naar andere gebieden en zich niet meer binnen je reikwijdte ophouden. Zo gaat dat nu eenmaal. Ik bestelde een witte wijn.

'Vertel, hoe kom jij hier zo verzeild?' vroeg ze in onvervalst Jordanees. Je mag dan nog zolang aan de andere kant van het land wonen, afkomst verloochent zich niet.

'Wij hebben,' antwoordde ik, 'hier twee jaar geleden een klein chaletje gekocht waar wij de zomermaanden verblijven.'

'Hoe gaat het met je vrouw?' wilde ze weten.

'Uitstekend. Ze is winkelen met een vriendin en ik ben een stukje aan het fietsen. Maar hoe gaat het met jou en Herbert?'

'Herbert is passé,' antwoordde ze op een toon die mij deed vermoeden dat ze er geen slapeloze nachten van had.

'Je bedoelt …?'

'Passé, weggewaaid, aan de dijk gezet.'

Duidelijker kon het niet. Herbert, een ietwat zwaar op de hand zijnde dikkerd, die zich de hele dag bezighield met het vervaardigen van plastic bekertjes, die hun weg vonden naar alle hoeken van de aardkloot en die hem geen windeieren hadden gelegd. Niet meer in beeld zo te horen. Zijn familie zou zich ongetwijfeld vergenoegd in de handen wrijven. Herbert, die volgens hen ver beneden zijn stand was getrouwd met een Jordanese uit de Anjelierstraat. Hoe kom je op het idee? Kan het erger? Goddank was dit huwelijk op de klippen gelopen. De familie kon tevreden zijn.

'We leefden al jaren ons eigen leven en hadden ook onze eigen slaapkamers. Héérlijk! Kan ik iedereen aanraden.'

Ze keek dromerig voor zich uit en nipte aan haar glas.

'Op de zaak rommelde hij met ene Angelique van de afdeling inkoop. Kun je je dat voorstellen?'

'Ik ken Angelique niet,' zei ik.

'Een bloedmooie meid, dat moet gezegd worden. Maar waar je zin in hebt. De koffer induiken met een vent die dertig jaar ouder is en behept is met een enorme bierpens en een kunstgebit. Iedere zeug z'n meug zullen we maar zeggen. Ja toch? Maar goed, mijn zegen had 'ie, liet 'ie mij tenminste met rust.'

'Zijn jullie gescheiden?' wilde ik weten.

'Ja, al een paar jaar. Kan ik overigens óók iedereen aanraden.'

'En waar is Herbert nu?'

'Op de grote stille heide. Drink eens uit, dan bestel ik nog wat.'

Ik nam een paar ferme slokken en er werd opnieuw besteld.

'Op de grote stille heide?' vroeg ik. 'Wat moet ik me daarbij voorstellen?'

'Hij was steeds vaker thuis. Ik werd strontziek van 'm. Hij stak geen poot uit en liep me voortdurend voor m'n voeten. Als ik dan vroeg: "Moet je niet naar je plastic bekertjes?" kreeg ik als antwoord dat hij een beetje afstand wilde nemen. Nou, dat kan, dat kon ik me wel voorstellen. Ik was alláng ibbel geworden van die rommel.'

De ober zette twee glazen witte wijn op de tafel.

'Proost,' zei ik.

'Op een gegeven moment ging 'ie wandelen. Ik wist niet wat ik hoorde. Hij had zolang ik hem kende nog niet gewandeld. Als hij de kans had gezien was hij zelfs met de auto naar de plee gegaan. Maar goed, wandelen is gezond dacht ik nog en dan kom je misschien eens van die dikke pens af. Het was eerst een uurtje, toen twee uurtjes en na twee weken hele dagen. Hij wandelde zich een slag in de rondte. Hij zei dat ze het op de zaak ook wel even zonder hem af konden. Nou, wie ben ik om daarover een oordeel te hebben?

Ik denk: jij wandelen, ik een weekje met een vriendin naar Keulen. Sjiek hotelletje, lekker winkelen en 's avonds ontspannen aan de bar hangen. Herbert vond het allemaal goed, die was bezig de natuur te verkennen. Eerst Angelique, toen de natuur. Alles in de juiste volgorde. Afijn, ik met m'n vriendin naar Keulen. Hartstikke leuk allemaal. We hebben ons suf gelachen. Na een week kwam ik 's avonds laat weer thuis en Herbert lag al in bed. Lekker rustig dacht ik, gaat 'ie tenminste niet meteen tegen me aan staan te lullen. De volgende ochtend doe ik de gordijnen open, staan er opeens drie schapen in m'n tuin. Ik schrok me kapot, ik wist niet wat ik zag. Ik naar Herbert. Ik zeg: "Kun jij mij even bijpraten? Wat moet die kudde in m'n tuin?"

"Dat is m'n nieuwe hobby," zegt 'ie.

"Je nieuwe hobby?" zeg ik. "Maar dan toch niet in m'n achtertuin?"

"Het zijn rasschapen en ze geven prachtige wol."

Ik zeg: "Dat zal allemaal wel, maar je denkt toch zeker niet dat ik met m'n breipennen tussen die beesten ga zitten en voor jou wollen sokken ga zitten breien?"

"Nee, dat kan niet," zegt 'ie bloedserieus, "daarvoor moeten ze eerst geschoren worden. Ik doe daar momenteel een cursus voor."

Ik zeg: "Als je m'n ladyshave maar laat liggen. Ik wil geen schapenwol op m'n edele delen. Bovendien dacht ik dat je wandelde."

"Ook," zegt die slome, "maar ik doe verschillende cursussen."

Verschillende cursussen nog wel, het werd steeds gekker. "En de zaak," zeg ik, "je plastic bekertjes?"

"Wordt verkocht," zegt 'ie doodleuk.

Ik zeg: "Wazeguu?"

"Ik krijg er een fenomenaal bedrag voor, kan ik drie levens op teren."

Ik dacht: Die vent is knettergek geworden, die moeten we op laten nemen.

"De bekertjes komen m'n strot uit," zegt 'ie, "ik heb het helemaal gehad met die rotzooi."

"O en daarom ben je maar in de schapenteelt gedoken. Had je niks anders kunnen verzinnen?"

"Het zijn edele dieren."

"Ja hoor," zeg ik, "ze schijten alleen de hele boel onder."

"En ze geven heerlijke melk, daar kun je lekkere kaas van maken."

"O," zeg ik "en nu verwacht jij van mij dat ik met een emmertje onder die beesten ga zitten, zodat jij lekkere kaas kunt maken. Man, heb je ze allemaal nog op een rijtje?! Schapen in m'n achtertuin, hoe verzin je het?!"

"Die schapen behoren tot de kudde. Die heb ik even mee naar huis genomen, dan leer ik ze beter kennen."

Ik begreep er helemaal niets meer van. "Nog een keer," zeg ik. "Je hebt schapen mee naar huis genomen om ze beter te leren kennen? Heb ik dat nou goed begrepen?"

"Kijk," zegt 'ie, "ik doe op dit moment een cursus schaapherderen."

"Schaapherderen? Ik dacht dat je een cursus scheren deed?"

"Ook, maar ook een cursus herderen."

Ik zeg: "Nou, je bent wel schaapachtig geworden, als je maar niet gaat blaten."

Lang verhaal kort. Hij wilde alle luxe achter zich laten en in de natuur gaan leven, tussen de schapen. Hij wilde scheiden en ik mocht in het huis blijven wonen.

We waren in gemeenschap van goederen getrouwd, dus ik kreeg een flinke smak geld van de verkoop van die plastic bekertjesfabriek en ik kan je vertellen dat ik er ruimschoots van kan leven.'

'En waar is hij nu?' wilde ik weten.

'Dat zeg ik: op de grote stille heide. Het Drents Landschap zocht een schaapherder, hij heeft gesolliciteerd en kreeg die baan. Vilten hoed op zijn hoofd, wollen cape om en een lange stok in zijn hand. Het is net Vitalis uit "Alleen op de wereld", alleen een aap en een buikorgeltje ontbreken nog.'

Je kunt zeggen wat je wilt, maar Herbert dwong wel enig respect af. De deur van een luxe leventje achter je dichtdoen en je levensstandaard tot een minimum beperken. Petje af hoor.

'Hij heeft zelfs de krant nog gehaald,' ging ze verder. 'Hij was net een week schaapherder en het moest allemaal nog wennen natuurlijk. Op een middag, de mussen vielen dood van het dak, had hij zin in een ijsje. Hij het dorp in. Als 'ie even achterom gekeken had, had 'ie gezien dat die hele kudde achter hem aan sjokte. Afijn, hij komt op het Dorpsplein, waar de bakker, de kruidenier en de groenteboer net hun spulletjes buiten hadden uitgestald. Dat heeft niet lang geduurd. De broodjes, de bossen bloemen en de kroppen sla en andijvie waren binnen een paar minuten verdwenen. Overal schapen, ze vlogen alle kanten op. Een rel zal ik je vertellen. De hele middenstand heeft hem, inclusief kudde, het dorp uitgejaagd. 's Avonds vonden ze nog een verdwaald schaap achter de vuilcontainer bij de supermarkt. Maar goed, het is met een sisser afgelopen en inmiddels weet hij wel hoe het moet met die schapen.'

'En,' vroeg ik, 'komt hij nog weleens thuis?'

'Alsjeblieft niet. Hij is mij te smerig. Bovendien is het mijn huis en ik heb voor de zekerheid alle sloten laten vervangen. Het Drents Landschap heeft een aantal hutjes op de hei laten bouwen en daar slaapt 'ie en kookt 'ie z'n potje. Ze hebben hem ook weleens slapende in een hunebed aangetroffen. Toeristen dachten dat het een lijk was, dat na duizenden jaren naar boven was gekropen. Die arme mensen zijn zich rot geschrokken.'

Toen ik later op de fiets zat, op weg naar ons comfortabele chaletje, kon ik een glimlach niet onderdrukken en floot ik het bekende liedje uit mijn jeugd: Op de grote stille heide.

 

© Carl Slotboom / januari 2021

www.carlslotboom.nl

www.tekstbureau-carlslotboom.nl