JODELAHITI


JODELAHITI

 

Het was nog een beetje mat allemaal. Het lag ongetwijfeld aan het vroege middaguur. De kastelein zat log en zwaar op zijn kruk en keek verveeld naar buiten met een blik van: het zal mij nou eens zwaar benieuwen. Veel heil scheen hij er niet in te zien. Op de hoek van de bar zaten twee dames, bij wie het leven de nodige sporen had achtergelaten.

'Weet je wat het is?' zei de roodharige.

'Nee,' zei haar buurvrouw die hoogblond was, 'maar dat ga je me ongetwijfeld vertellen.'

'Vroeger wilde ik van alles, tegenwoordig wil ik alleen maar rust. Ken je dat?'

'Breek me de bek niet open,' antwoordde de ander.

Toen een man zijn fiets tegen het raam zette en naar binnenkwam stokte de conversatie. Hij trok een kruk naar achteren en ging zitten.

'Nou, het is zover, hoor,' zei hij zonder enige inleiding.

'O,' zei de kastelein die inmiddels opgestaan was en een pils tapte, 'en hoe ver is het dan?'

'Het zondagverhaal op Facebook,' antwoordde de man.

'Ja, wat is daarmee dan?' wilde de kastelein weten.

'Ik speel daarin eindelijk weer eens een belangrijke rol.'

'Nou, wat zal de wereld daarvan opknappen,' zei de kastelein, terwijl hij het pilsje voor Bob op de bar zette.

'Jij zal eens een keer geen vervelend commentaar hebben,' zei deze, niet geheel zonder irritatie. 'Doe nou toch eens een keer leuk.'

'Er is een vent die elke zondag een verhaaltje op Facebook plaatst,' wendde de kastelein zich tot de beide vrouwen, 'en hij heeft al een aantal keren over Bob geschreven.'

'Klaar ben je d'r mee,' zei de roodharige.

'Hè bah,' pruilde Bob, 'wat zijn jullie toch een stelletje zuurpruimen.'

'Maar ga eens verder met je verhaal,' zei de kastelein, terwijl hij weer neerzonk op zijn kruk.

'Hij had een paar weken niet geschreven,' zei Bob. 'Ik zei nog tegen Erik: "Als hij niet snel weer op Facebook verschijnt, zoek ik hem thuis op."'

'O ja,' zei de kastelein, 'en wat zei je man daarvan? Je mag niet bij vreemde kerels op visite?'

'Mijn man vertrouwt mij blindelings.'

'Hoe is het mógelijk,' antwoordde de kastelein. 'Maar ga verder.'

'Laat ik die vent nou vorige week tegenkomen. Die vent van die verhaaltjes dus. Ik denk: ik trek jou eens even aan je vestje, vriend. Dus ik zeg: "Wat is er aan het handje, worden er geen verhaaltjes meer geschreven?"

"Ik had niet zoveel zin," zegt 'ie.

"Niet zoveel zin?" zei ik. "Dan maak je maar zin. Al mijn vrienden wachten tot er weer een verhaaltje verschijnt. Ja, niet die lullige verhaaltjes over Jan en alleman, hoor, nee, verhaaltjes met inhoud, met diepgang, verhaaltjes over mij dus."

"Ik heb een nieuwe knie gekregen," zegt 'ie.

"Nou en," zeg ik. "Er krijgen honderden mensen per dag een nieuwe knie, dat is helemaal niets bijzonders, hoor en bovendien schrijf je met je handen en niet met je knieën."

Hij kwam met allerlei smoesjes; dat hij zich niet zo lekker voelde, dat hij moest relativeren en dat soort flauwekul.'

'Relativeren?' wilde de blonde weten.

'Ja, dat je moet oefenen om weer helemaal goed te kunnen lopen.'

'Revalideren,' zei de kastelein, terwijl hij naar buiten keek, waar op dat moment een alleraardigst meisje voorbij kwam.

'Ik zeg tegen 'm: "Nou, je geeft jezelf maar een trap onder je reet en je gedraagt je maar als een echte kerel. Neem een voorbeeld aan mij."'

'Aan jou?' zei de kastelein, met een vilein lachje.

'Nou ja, ik ben misschien niet zo'n goed voorbeeld, maar je weet heus wel wat ik bedoel, zeurpiet. Afijn, we hebben een tijdje met elkaar gepraat en uiteindelijk rolde er toch nog een verhaal uit waarin ik de hoofdrol speel.'

'Dat zal me een mooie story worden,' zei de blonde.

'Ja, heus wel,' pruilde Bob. 'Ik heb tenminste iets te vertellen en dat kunnen we van jou niet zeggen.'

'Draai maar eens een dagje met ons mee,' antwoordde de roodharige.

'Zeg dat niet te hard, anders sta ik vanavond nog bij je op de stoep.'

'Zou je wel willen, hè?' antwoordde de blonde. 'Je verlekkeren aan al die blote jongens.'

'Maar eh … wat mag dat dan wel voor verhaal worden?' wilde de kastelein weten.

'Ja, dat kan ik natuurlijk niet verklappen.'

'Waarom niet?'

'Het moet een verrassing blijven natuurlijk en ik heb beloofd dat ik m'n bek dichthoud en als ik iets beloof dan doe ik dat ook. Als iemand mij een geheim vertelt, dan zwijg ik als het graf.'

'Maar je kunt toch wel een klein tipje van de sluier oplichten?' zei de blonde. 'Wij vertellen het heus niet verder, hoor.'

'Nee, dat kan ik niet,' zei Bob, 'ik heb het beloofd.'

'Ons eerst nieuwsgierig maken en dan radiostilte. Nou, lekker dan,' zei de roodharige.

'Kom op, doe niet zo egoïstisch,' zei haar buurvrouw. 'Je kunt ons echt wel vertrouwen, hoor.'

'Nou, goed dan,' zei Bob, wiens drang om zijn verhaal te vertellen schijnbaar intenser was dan zijn gedane belofte. 'Maar je moet me beloven dat je je mond houdt.'

'Onze lippen zijn verzegeld,' zei de blonde.

'Nou,' antwoordde Bob, 'dat hoeft nou ook weer niet, als je je kop houdt ben ik al dik tevreden.'

'Ik tap eerst nog even bij,' zei de kastelein, 'en dan gaan we er eens rustig voor zitten.'

'Kijk,' zei Bob, toen de kastelein iedereen van voorraad had voorzien, 'Erik en ik wilden er eens een paar dagen tussenuit. Gewoon even ergens anders lucht happen. Ik had een stapeltje vakantieboeken gehaald bij het reisbureau bij een enige knul, een ongelofelijke spetter. Hij keek me aan met zo'n zwoele blik dat ik bang was ter plekke onderuit te gaan. Zie je het voor je? Ik gestrekt onder de folders en de reisgidsen?

Ik zeg tegen 'm: "Als je toevallig even niets te doen hebt, mag je met me mee op reis." Hij bloosde ervan, de lieverd. Afijn, ik met die stapel boeken naar huis. Ik bladeren en bladeren en uiteindelijk bleef ik hangen bij twee weken met de bus naar de Oostenrijkse Alpen, met excursies en jodelcursus. Ik zeg tegen Erik: "Dat lijkt me wel wat."

"Wat moet ik nou in de Oostenrijkse Alpen?" zegt 'ie. Typisch Erik, meteen weer zo negatief. Joost mag weten waarom ik ooit op 'm gevallen ben, om maar te zwijgen van trouwen.'

'Liefde maakt blind,' zei de roodharige.

'"Wat mankeert er aan de Oostenrijkse Alpen?" vroeg ik.

"Ik word zo depressief van al die bergen om me heen. Waar je ook kijkt, alleen maar bergen."

"Dat is toch prachtig," zei ik.

"Ik krijg daar altijd zelfmoordneigingen, zo tussen die bergen."

Ik denk: effe diep ademhalen. Wat een dramaqueen, niet te filmen. Ik kreeg ter plekke braakneigingen. Ik dacht: als 'ie zo doorgaat, vraag ik die spetter van het reisbureau. Krijg ik misschien nog korting ook.

"Nee," dramde hij door, "bergen zijn niet aan mij besteed."

"Nou, Heidi en Peter vonden het maar wat leuk," zei ik.

"Wie?"

"Heidi en Peter. Die woonden toch ook in de bergen, die zagen toch ook de hele dag niets anders? Nou, die vonden het daar hartstikke leuk. Heidi had het heel erg naar d'r zin bij d'r ouwe opa en Peter was de hele dag in de weer met die geiten."

"Dat is maar een verhaal," zegt die zeurpiet.

"En de familie von Trapp dan?" zei ik, "Die woonden ook tussen de bergen en die waren daar zo gelukkig dat ze de hele dag liepen te zingen met z'n allen, zo gelukkig waren ze."

"O ja, en wat zongen ze dan?"

"Ze zongen de hele dag van Edelweiss, Edelweiss."

"Hou nou toch op met die lulverhalen, dat is toch allemaal verzonnen."

Ik denk, je kletst maar een eind weg. Ik ga naar de Oostenrijke Alpen en als je niet mee wilt dan blijf je toch lekker thuis.

Nou, en daar gaat het zondagverhaal dus over, maar meer zeg ik niet.'

'Ja, maar nu weten we nog niets,' zei de kastelein.

'Nee,' antwoordde Bob, 'ik kan echt niet meer vertellen want dan is het op zondag geen verrassing meer.'

'Juist,' zei de roodharige, 'je hebt tenslotte iets beloofd.'

'Klopt,' zei Bob, 'ik heb iets beloofd.'

'En als jij iemand iets belooft, dan houd je je er ook aan,' vulde de blonde aan. 'Ja toch, heb ik gelijk, of niet?'

'Nou ja, ik kan nog wel een klein beetje vertellen,' ging Bob voor de tweede maal overstag. 'Jullie vertrouw ik wel.'

'Dat dacht ik al,' zei de roodharige.

'Ik dacht: je gaat maar lekker depressief zitten zijn, ik ga boeken. Afijn ik naar dat reisbureau. Zit die heerlijke knul weer achter de balie. Hij zegt: "Geldt dat aanbod nog steeds?"

Ik dacht: die gozer maakt een geintje, dus ik zeg: "Ja hoor, dat aanbod geldt nog steeds."

"Mooi," zegt die knakker, "dan ga ik met je mee."

Aan de ene kant schrok ik me kapot, terwijl ik aan de andere kant opeens helemaal warm werd van binnen. Wat heet warm? Bloedheet werd ik. Afijn, hij boekt dus voor twee personen; veertien dagen in de Oostenrijkse Alpen. Ik naar huis. Ik zeg tegen Erik: "Ik heb veertien dagen Oostenrijkse Alpen geboekt."

"Ik heb je gezegd dat ik daar niet naartoe wil," zegt 'ie.

"Dat klopt," zei ik, "dat heb je gezegd. Maar je gaat ook helemaal niet mee, ik ga alleen en ik doe daar ook een jodelcursus."

"Een wat?"

"Ik heb alleen maar een zwemdiploma en als ik die cursus doe heb ik ook nog een jodeldiploma." Ja, van die knul heb ik maar even niets gezegd. Ik hoef hem niet alles aan z'n puntige neus te hangen, nee toch? Nou ja, dit kun je dus allemaal lezen in het zondagverhaal.'

'Maar het lijkt mij nog niet afgelopen,' zei de kastelein.

'Nee,' antwoordde Bob, 'maar meer mag ik dus echt niet vertellen.'

'Ik doe vannacht geen oog dicht als ik niet weet hoe het afloopt,' zei de blonde.

'Dan moet je op Facebook kijken,' antwoordde Bob.

'Hebben we niet,' zei de roodharige.

'Ik ook niet,' zei de kastelein.

'Nee,' zei Bob, 'dan weet je inderdaad niet hoe het afloopt. Dat is nou jammer. Maar als je het niet verder vertelt, ik heb het tenslotte aan die vent beloofd.'

'Ga maar door,' zei de kastelein.

'Afijn, op een woensdagochtend moest ik om zes uur bij de bus zijn, de bus naar Oostenrijk dus. Die spetter was er al en ik wist niet eens hoe hij heette. "Ik heet Pim," zegt 'ie.

Ik zeg: "Nou, Pim, simsalabim, daar gaan we dan."

"Bergie op en bergie af," zegt 'ie, "en een leuke jodelcursus."

Hij pakt me bij m'n hand en we willen net de bus instappen, komt daar opeens Erik aangehold. Ik schrok me kapot. Ik zeg: "Wat heeft dit te betekenen?"

"Dat mag ik wel aan jou vragen, druilooor," zegt 'ie. "Ik kom je uitzwaaien en jij staat hand in hand met een wildvreemde gozer. Wie is dit in hemelsnaam?"

"Mag ik me even voorstellen, mijn naam is Pim en wij gaan samen naar de Oostenrijkse Alpen." Wist Pim veel. Ik had hem niets over Erik verteld.

"Zo zo," zegt Erik, "naar de Oostenrijkse Alpen dus."

"Ja," zegt Pim weer, "en we gaan ook een hele leuke jodelcursus doen."

Opeens haalt Erik uit en geeft me toch een lel voor m'n harses. Ik joelde van de pijn.

"Hoor je wel," zegt Erik tegen Pim, die erbij stond alsof hij snot zag branden, "Bob heeft helemaal geen cursus nodig, hij jodelt als de beste." Daarop duwt hij Pim in de bus, de deuren gaan dicht en de chauffeur geeft onmiddellijk gas. Hij heeft drie dagen niet tegen me gepraat. Uiteindelijk hebben we het weer goed gemaakt en zijn we een dagje naar de Efteling geweest.'

'Zal ik jou eens wat vertellen, Bob?' zei de kastelein.

'Hè ja,' antwoordde Bob, 'vertel jij mij nou eens wat.'

'Als ik ooit een geheim heb, vertel ik het alleen aan jou, jij weet tenminste te zwijgen.'

'Ach, barst,' zei Bob en verliet zonder af te rekenen de kroeg.

'Mag ik jullie iets aanbieden van het huis,' zei de kastelein tegen de beide dames, die gierend van het lachen over de toog hingen.

 

© Carl Slotboom / november 2021

www.carlslotboom.nl