FREDDIE-BOY


FREDDIE-BOY

 

'Geef mij maar een recht-op-en-neertje,' zei de iets te uitbundig geschminkte vrouw. Ze droeg een blouse met een laag uitgesneden, niet geheel onaangenaam, decolleté. Ze leunde met haar ellebogen op de toog, terwijl de kastelein zich een wellustige blik vergunde in de diepere lagen van de vrouw tegenover hem.

'Kun je het zien, Gerrit?'

'Ik heb geen klachten.'

'Het is mooi weer, dus ik dacht, laat ik de jongens eens wat frisse lucht gunnen.'

Ze schudde met haar bovenlichaam en legde daarna haar gemoed in vol ornaat op de bar.

'Nog iets beleefd, Ria?'

'Ik beleef elke dag wel iets. De ene kerel is nog aparter dan de andere. Ik heb wat te stellen met die knapen.'

'Ga lekker met pensioen,' vond de kastelein.

'Ik sta twee weken geleden bij de HEMA in de rij voor de kassa. Nou laat ik altijd wat tussenruimte, zodat andere mensen kunnen passeren. Afijn, opeens komt er een vrouw aan en die gaat voor mij staan. Nou kan ik veel hebben, maar voordringen moet je niet doen. Ik tik dat mens dus op haar schouder en ik zei: "Mevrouw, ik stond hier al, zou u achteraan willen sluiten?"

Ze keek me aan alsof ze snot zag branden.

"U stond hier helemaal niet," zei ze. "U stond daar," en wees naar de plek waar ik stond.

"Ja," zei ik, "dat klopt, maar ik had wat ruimte gelaten zodat de mensen er tussendoor kunnen." Wat denk je dat ze zegt?'

'Geen idee,' zei de kastelein. 'Vast iets heel vervelends.'

'Ze zegt: "Dan had u maar aan moeten sluiten. Nu sta ik hier en ik blijf hier staan."

"Nou," zeg ik, "dan blijf je toch lekker staan, omhooggevallen hockeytrut."

Opeens schiet er een nietszeggend mannetje tussen de rekken met damesondergoed vandaan.

"Wat is er aan de hand, Irma?" zegt 'ie.

"Deze mevrouw beweert dat ze hier al stond toen ik aan kwam lopen."

Hij bekijkt mij heel minachtend van top tot teen.

"Als mijn vrouw zegt dat zij hier eerder stond, dan is dat ook zo."

Ik zeg: "Waar bemoei je je mee, kakkerlak? Je stond te hijgen bij het damesondergoed, dus je weet helemaal niet wat er aan de hand is."

"Laat maar gaan, Fred," zei die muts en ze schoof naar voren om af te rekenen. Ik dacht: ach, nu kan ik wel een hoop herrie gaan maken, maar wat schiet ik daarmee op?

Dat mens bekijkt mij nog eens van top tot teen en zegt: "Ik heb helemaal geen zin om met uw soort in discussie te gaan."

Uw soort, hoe vind je die? Voordat ik kon reageren waren ze de winkel uit. Ik kookte, kun je je dat voorstellen?'

'Dat kan ik,' zei de kastelein.

'Doe er nog maar een,' zei Ria en schoof haar glaasje naar voren.

'Maar goed, wat gebeurt mij een paar dagen geleden?'

'Vertel,' zei de kastelein en schoof het volle glaasje weer terug.

'Een paar dagen geleden loop ik met m'n vriendin in de Bijenkorf. Ik had haar het hele verhaal verteld. Wat denk je?'

'Laat maar horen.'

'Bij de parfum staan die muts en haar man. "Kijk," zei ik tegen Corrie, "daar hebben we Fred en Irma." Dat mens stond te rommelen met allerlei flesjes, spoot links en rechts wat op haar polsen, terwijl lulletje rozenwater er een beetje afwachtend bij stond.

"Laat mij maar even," zei Corrie.

"Wat ga je doen?" vroeg ik.

"Niet mee bemoeien. Ga maar even tussen die rekken staan. Ze mogen je niet zien."

Afijn, ik sloeg mijn shawl een paar keer om mijn hoofd en zag eruit als een moslima. Vervolgens verstopte ik me min of meer tussen een paar stellingen, maar wel zo dat ik alles goed kon horen en zien. Die man, die Fred, die liep wat heen en weer te ijsberen en opeens zag ik vanuit m'n ooghoeken dat Corrie op 'm afstapte. Het was net een film. Ze spreidde haar armen en riep heel theatraal: "Fred, wat een verrassing!" Voordat die vent kon reageren gaf ze hem op elke wang een kus.

Opeens sprong dat mens er tussen.

"Wat is hier aan de hand, Fred? Wie is deze vrouw?"

Corrie weer: "O, maar jij moet Irma zijn. Wat leuk, Fred dat ik je zuster nu ook eens ontmoet."

"Zuster?" zei die draadnagel.

"Fred zegt altijd tegen mij dat jij je voortbeweegt op een bezem. O, we gillen wat af, Fred en ik. Ja toch, Fred?"

"Mevrouw," zei dat mens, "ik ben zijn zuster helemaal ni…"

Corrie liet haar niet uitpraten, maar tetterde er gewoon tussendoor.

"Fred is een van mijn beste klanten."

"Pardon?!" zei dat mens.

Fred stond met zijn mond vol tanden. Hij werd steeds witter, terwijl Irma steeds roder werd.

"Kijk eens," zei Corrie, en strekte haar hand naar voren. Ze heeft een afschuwelijke ring aan haar vinger, ooit voor twee euro gekocht op een rommelmarkt. "Mooi hè?' zei ze. "Gekregen van Freddie."

"Wat heeft dit te betekenen, Fred?" beet Irma haar man toe.

Corrie ging maar door.

"En ik krijg elke maand wel een prachtig setje lingerie. Ja, hij heeft smaak hoor. Maar ja, hij zegt altijd: Nu kan ik wel zo'n uitdagend setje aan m'n zuster geven, maar die is zo frigide als de pest."

Dat mens hapte naar adem. Ik dacht nog: die gaat zo direct gestrekt. Zie je het voor je? Irma languit in de Bijenkorf op de parfumerieafdeling? Corrie had de smaak helemaal te pakken. Niet meer te stuiten.

"Kom je volgende week weer, Freddie-boy?"

"Ik eh … nou eh …" stotterde Freddie.

"Freddie-boy?" kokhalsde zijn vrouw. "Jij noemt hem Freddie-boy?"

"Ja, dat krijg je als je heel intiem met elkaar bent, hè?" antwoordde Corrie.

"Intiem?" Dat mens verslikte er zich zowat in.

"Ja, leuk hè?" zei Corrie. "En zal ik je eens wat verklappen, Irma? Hij is een tijger in bed. Dat wil je niet weten."

"Nee," zegt dat loeder, "dat wil ik niet weten."

"Standjes die nog niet eens uitgevonden waren heb ik van Freddie-boy geleerd. Bij de meeste mannen is het hup erop en hup eraf. Nou, bij Freddie niet hoor. Die weet waar Abraham de mosterd haalt. Dat zou je helemaal niet zeggen als je hem zo ziet. Het is eigenlijk een kereltje van niks. Ja toch? Een beetje schlemielig. Toen 'ie maanden geleden voor de eerste keer kwam dacht ik: nou, het zal mij nou eens zwaar benieuwen. Nou, het dak ging eraf, hoor. Zááálig! En altijd iets extra's, hè? Een tientje, twintig euro. Freddie kijkt niet op de centen."

"Mevrouw," zei Fred, "ik weet niet waar u het over heeft."

"Kijk, Freddie, dat zeggen ze allemaal. Maar je bent vrijgezel en je moet lekker doen wat je leuk vindt." Ze keerde zich naar Irma. "Heb ik gelijk of niet? Natuurlijk heb ik gelijk. Hij heeft me verteld dat jullie samen wonen en dat hij af en toe weleens een andere kop wil zien dan dat chagrijnige smoelwerk van jou. Ja toch, Freddie, dat heb je toch gezegd? Mijn zuster, zegt 'ie altijd, die wil je nog niet in het stikdonker tegenkomen."

"Kom, Fred," blafte Irma, "wij gaan."

"Nu al? Hè bah, het begon net zo gezellig te worden." Corrie versperde Irma de weg en bekeek haar van top tot teen. "Zeg," zei ze, "ik krijg zo maar de indruk dat de Bijenkorf toch echt wel een maatje te groot is voor jou. Ja toch? Dat kan jouw soort toch helemaal niet betalen?"

"Mevrouw," zei die slang, "aan de kant anders word ik agressief."

"Ja, dat weet ik, dat heeft Freddie mij al verteld. Mijn zuster Irma, zegt 'ie altijd, is een vreselijk agressief loeder. Ze zouden d'r op moeten sluiten."

Fred vond het tijd worden actie te ondernemen.

"Gaat u aan de kant, mevrouw," zei die slapjanus tegen Corrie.

Ze was nu helemaal op dreef.

"Wat is dat nou, Freddie-boy? We gaan toch niet onvriendelijk doen?" Ze draaide zich weer naar Irma. "Ja, zo ken ik mijn Freddie-boy helemaal niet, hoor. Hij is altijd wel heel erg hitsig als 'ie bij me komt, maar wel heel erg lief hoor."

"Mevrouw," zei die eikel weer, "aan de kant." Hij ging vlak voor Corrie staan. Die was er absoluut niet van onder de indruk.

"Ga eens opzij, Freddie," zei ze, "want je staat hopeloos in de weg. Ze gaf 'm  een duw, hij viel vervolgens tegen zijn vrouw aan en deze klapte languit over de glazen vitrine met parfumflesjes.

Een chaos zal ik je vertellen. Een puinhoop. Overal glas. De parfumflesjes rolden alle kanten op. Uit alle hoeken en gaten kwam personeel en beveiliging tevoorschijn.

"Ik zie je volgende week weer, hè, Freddie?" zei Corrie doodleuk. "Neem je je zweepje mee?"

Freddie was intussen druk bezig zijn vrouw overeind te helpen. Ze was midden tussen de scherven terecht gekomen. Ze stonk een uur in de wind. Ik kreeg het er benauwd van.

"Wat ik al zei," zei Corrie tegen Irma: "De Bijenkorf is een maatje te groot voor jouw soort."

Daarop pakte ze mij bij m'n arm en gierend liepen we de winkel uit.'

 

© Carl Slotboom / maart 2022

www.carlslotboom.nl