DRANGHEKKEN


DRANGHEKKEN

 

'En, Bob,' vroeg de kastelein, terwijl hij een biertje tapte, 'nog iets leuks gedaan de laatste dagen?'

'Ik ben gisteren in Zutphen geweest.'

'Nee, ik vroeg of je nog iets leuks had gedaan.'

'Hahaha … grapjas.'

'Wat moet een mens nou in 's hemelsnaam in Zutphen?' wilde de kastelein weten.

'Nou zeg,' antwoordde Bob, 'je doet net of ze elkaar in Zutphen nog met knotsen te lijf gaan en elkaar dan heel langzaam oppeuzelen.'

'Geintje, Bob, geintje,' zei de kastelein en zette het biertje op de toog.

'Zutphen is een hele leuke stad, hoor. Nou ja, ik heb er eerlijk gezegd niet zo veel van gezien, ik was heel snel weer weg.'

'Maar hoe kwam je daar zo verzeild dan?' wilde de kastelein weten, terwijl hij weer plaatsnam op zijn kruk.

'Dat kwam door die man.'

'Die man? Welke man?'

'Nou, die man van die verhalen.'

'Het is me nog niet helemaal duidelijk,' zei de kastelein.

'Dat komt omdat je nooit oplet als ik je wat vertel.'

'Ik kan niet ieder lulverhaal onthouden,' zei de kastelein. 'Maar ga verder.'

'Het gaat over die man die elke zondag een verhaal op Facebook plaatst. Nou ja, bijna iedere zondag dan, de laatste weken is er een beetje de klad ingekomen.'

'Geen inspiratie meer?'

'Ik denk het,' antwoordde Bob. 'Maar ik kan me ook zo voorstellen dat je op een gegeven moment ook niet meer weet wat voor onzin je nu weer eens moet schrijven. Ja, toch?'

'Geen idee, ik heb geen talent om te schrijven.'

'Nee, jij hebt helemaal nergens talent voor.'

'Ik dank u vriendelijk.'

'Geintje, Willem, geintje.'

'Maar goed, jij bent dus door die verhalenman in Zutphen terecht gekomen.'

'Ik kwam hem vorige week tegen. "Gut," zei ik, "waar blijven je verhalen eigenlijk? Heb je geen zin of hoe zit dat." Ja, het klonk best wel agressief, maar ik denk ik schud je maar even wakker, luie donder.

"Ik ben op dit moment heel erg druk met andere dingen," zegt 'ie.

Ik zeg: "O ja, waarmee dan wel?" Hij lijkt me nou niet het type dat heel druk is met van alles en nog wat.'

'Misschien is 'ie echt druk,' zei de kastelein.

'Welnee, het is gewoon een ouwehoer die belangrijk wil doen.'

'Nou, jij zult het wel weten.'

'Weet je wat 'ie tegen me zegt?'

'Geen idee. Moet je trouwens nog een pilsje?'

'Geef je een rondje?'

'Ik kijk wel uit. Gewoon van je eigen centen, hoor.'

'Krent.'

'Nou, goed dan, omdat jij het bent,' zei de kastelein en kwam langzaam van zijn kruk omhoog om een nieuw pilsje voor Bob te tappen.

'Maar goed, hij zegt dus tegen mij dat hij naar Zutphen moest om in een boekwinkel handtekeningen uit te delen. Hij heeft namelijk een boek geschreven en daar moet hij dan zijn naam inzetten.'

'Signeren heet zoiets,' zei de kastelein en zette het pilsje op de toog.

'Nou, daar heb ik allemaal geen verstand van, hoor,' zei Bob. 'ik ben geen lezer. Ik lees alleen de gaykrant. Nou ja, eigenlijk lees ik die ook niet, ik kijk alleen plaatjes.'

'Viespeuk.'

'Maar goed,' ging Bob verder, 'die man moet dus in die boekwinkel zitten en dan komen er allemaal mensen en dan gaat hij zijn boek verkopen en zijn naam erin zetten. Ik zeg tegen hem: "Gut, waar je zin in hebt."

"Het zou best weleens druk kunnen worden," zegt 'ie. "Ik heb heel veel Zutphense  Facebookvrienden."

"Nou," zei ik, "dan mogen we wel dranghekken neerzetten."

"Goed idee," zegt 'ie.

"Ik zal voor de zekerheid de M.E. waarschuwen," zei ik.'

'Zijn ze zo agressief dan die Zutpherikken?' vroeg de kastelein.

'Het was maar een geintje, hoor, Willem. Maar goed, 's avonds had ik het erover met Erik. Ik zeg: "Wij gaan naar Zutphen."

"Naar Zutphen," zegt 'ie. "Wat moet ik nou in Zutphen?"

Afijn ik leg hem uit wat ik van plan ben en wat denk je dat 'ie zegt?'

'Geen idee,' zei de kastelein.

'Hij zei: "Je denkt toch zeker niet dat ik gek ben?"

Ik zeg: "Ja, dat denk ik wel, maar dat is nu even niet belangrijk, zeurpiet."

"Je gaat maar mooi alleen naar Zutphen," zegt  'ie.

Ik zeg: "Als jij mij alleen laat gaan, zijn wij vandaag nog gescheiden."

Dat doe ik natuurlijk niet, maar hij is als de dood dat ik bij hem wegga.'

'Goed huwelijk,' zei de kastelein.

'Ik had Betty ook gevraagd om mee te gaan.'

'Betty?' vroeg de kastelein verbaasd.

'Ja, Betty, ja. Is dat zo raar?'

'Niet zo agressief, hoor,' zei de kastelein, 'het was maar een vraag.'

'Stel dan niet telkens van die rare vragen.'

'Betty van de Achtergracht bedoel je?' wilde de kastelein weten.

'Ja, die Betty. Ze was nog nooit in Zutphen geweest en ze had wel zin in een verzetje.'

"O," zei ze, "dan trek ik wat leuks aan, sexy kort rokkie, leuke bloes en ik maak me lekker op."

"Niet overdrijven, hoor," zei ik. "Dat zijn ze daar in Zutphen misschien helemaal niet gewend, zo'n aangeklede paradijsvogel van de Achtergracht."'

'Lekkere optocht daar in Zutphen,' zei de kastelein, 'twee nichten en een hoer.'

'Het kan altijd erger,' antwoordde Bob. 'Stel je voor dat jij er ook nog bij was geweest, dan was heel Zutphen uitgelopen.'

'Maar wat gingen jullie nu eigenlijk doen in Zutphen?'

'Hè, wat ben je toch altijd ongeduldig. Haast me toch niet altijd zo. Geen wonder dat je vrouw bij je weggelopen is.'

'Die is niet bij me weggelopen, die heb ik er uitgegooid.'

'Ja en als je dat niet had gedaan, had ze vanzelf de kuierlatten wel genomen.'

'Ga maar verder met je verhaal.'

'Afijn, wij gisterochtend dus naar Zutphen. De aanhanger lag vol met dranghekken.'

'Drankhekken?' vroeg de kastelein verbaasd. 'Wat moet je nou met dranghekken in Zutphen?'

'Voor die man natuurlijk, die man van die verhalen. Kijk, hij gaat daar in die boekwinkel zitten en stel je voor dat er honderden mensen komen voor een handtekening, dan zou het wel eens dringen kunnen worden en voordat je het weet heb je de grootste heibel. Vandaar die drankhekken dus.'

'O … vandaar,' zei de kastelein.

'Ja, dat waren niet mijn eigen dranghekken, hoor, ik had ze geleend.'

'Ja, je lijkt me ook niet het type dat een stapeltje dranghekken op zolder heeft liggen,' zei de kastelein.

'Jij weet helemaal niet wat ik op mijn zolder heb liggen,' antwoordde Bob. 'Maar je mag wel een keer komen kijken, hoor.'

'Met jou naar de zolder?' zei de kastelein. 'Ik kijk wel uit.'

'Bange poepert.'

'Dus jullie gingen met een aanhanger vol dranghekken naar Zutphen.'

'Stel je voor dat er geen dranghekken zouden staan en er klappen zouden vallen, dan is die hele handtekening-uitdeel-middag toch naar de knoppen? Nou, dat gun ik die man ook niet. Afijn, wij rijden dus over een oude, gammele brug Zutphen binnen en ik dacht: nou, dat begint al lekker. Als de rest ook in zo'n miserabele staat verkeert heb ik het heel gauw gezien hier. Maar het viel reuze mee.'

'Bofkont.'

'Wij met het hele spul de binnenstad in. Ik had het adres van die winkel opgezocht, dus we navigeerden er zo naartoe.

"Is het hier?" vroeg Erik.

"Ja," zei ik, "kijk maar." Wat denk je? In de etalage hangt een poster van die man met een foto van zichzelf.

"Wat een kop," zei Betty. "Die dranghekken hoeven we niet neer te zetten. Als de mensen die poster zien, lopen ze vanzelf wel door."

'Ja,' ging Bob verder, 'die man ziet er niet echt florissant uit natuurlijk en als ik er zo uit zou zien, zou ik niet met m'n gezicht op een poster willen staan. Maar goed, die man moet reclame maken natuurlijk, dat begrijp ik ook wel. Hij moet tenslotte van die boeken af.'

'Wat is het trouwens voor boek?' wilde de kastelein weten.

'Geen idee. Iets met een roofvogel en met bevroren ijs.'

'Klinkt zeer opwindend,' antwoordde de man vanaf zijn kruk.

'"Kom op," zei ik, "we gaan die dranghekken neerzetten." We waren heel vroeg weggegaan, dus we waren lekker op tijd. Geen mens te zien. Afijn, wij beginnen met die dranghekken te sleuren, stopt er opeens een politieauto. Normaal zie je ze nooit, maar als je ze niet kunt gebruiken staan ze je in je nek te hijgen. Er stapt zo'n broekie uit en komt langzaam naar ons toe.

"Wat zijn wij aan het doen, mevrouw?" zegt 'ie tegen Betty. Alleen het woord "wij" al. Daar word je toch helemaal niet lekker van.

"Ik weet niet wat jij doet," zegt Betty, "maar ik ben in de weer met een dranghek."

"Met een dranghek," zegt die gozer, terwijl hij gretig in haar decolleté stond te loeren. "En wat doet u met dat dranghek."

"Wat denk je zelf, druiloor?" zegt Betty.

"Ik heb je gezegd dat het een idioot idee was," zei Erik tegen me.

Ik zeg: "Hè ja, ga jij ook nog een beetje lopen zeuren, vervelende klier.

"Heeft u een vergunning om die dranghekken hier neer te zetten," vraagt die blauwe pet.

"Ja, hoor," zegt Betty, "maar die ben ik vergeten, ligt thuis, op m'n nachtkastje."

"Laat mij maar even," zeg ik tegen Betty.

"Wie bent u, meneer?" vraagt broekmans.

"Mijn naam is Bob en dat is mijn man Erik." Ik wijs, maar Erik was aan de overkant van de straat gaan staan, de lafaard. "Kom hier, schijthuis," riep ik, maar hij verzette geen poot.

"Heeft u wel een vergunning?" vraagt die smeris aan mij.

"Ja, hoor,"zeg ik, "ik barst van de vergunningen."

"Laat maar zien dan," zegt die vent.

Ik zeg: "Nou moet jij eens even goed naar mij luisteren, broekmans. Wij zetten hier dranghekken neer en een flinke jongen die ons tegenhoudt."

"Zo is het," zei Betty en duwt haar jongens bij die gozer onder zijn neus. Hij wist niet waar 'ie moest kijken. Die had zoiets nog nooit van dichtbij gezien. Die jongen was nog niet eens droog achter z'n oren. Zo'n type dat nauwelijks met losse handen op de pot kan zitten.

Ik dacht: voordat die jongen hier van opwinding gestrekt gaat, neem ik het maar even over. Ik duw Betty en haar hele hebben en houwen opzij en ga vlak voor dat jongetje staan. Ik zeg: "Straks komt die man, dan een hele vrachtwagen vol met boeken, dan komen die honderden mensen en dan ben jij blij dat wij hier dranghekken hebben neergezet. Tevreden?"

Weet je wat 'ie zegt?'

'Zeg het maar,' zei de kastelein.

"Nee," zegt 'ie, "ik ben niet tevreden."

"Dan niet," zei ik, "zo en nu opgehoepeld anders krijg je een lel."

Hij verzette geen stap.

"Heb je me niet gehoord?" zeg ik. "Ophoepelen is het wachtwoord, want je staat hopeloos in de weg." Ik geef die snotneus een duw en voordat ik het wist had ik handboeien om en zat ik achterin die politieauto. En denk je dat Erik een poot uitstak?'

'Ik heb zo'n vermoeden,' zei de kastelein.

'"Laat mij maar even," zei Betty. Ze stapt naar voren, gooit haar Siamese tweeling in de strijd en zegt: "Agent, dit kunnen wij toch op een hele andere manier oplossen." Z'n ogen vielen zowat uit de kassen. Hij werd helemaal rood en begon ervan te kwijlen.

"Heb jij niet ergens een leuke, intieme cel waar wij even van gedachten kunnen wisselen?" zegt ze.

"Een eh …?" zegt dat jongetje.

"Ik heb echt niet veel ruimte nodig," zegt Betty, terwijl ze tegen hem aan begint te duwen. "Ik beweeg mij op de vierkante meter."

"Ik eh … nou, ik eh …"

Agut, hij begon er helemaal van te stotteren.

"Ik ga dit even met mijn meerdere overleggen," zegt die Jan Hen en wees naar zijn collega die nog steeds in de auto zat. Nou, de meerdere vond dat het hele gedoe al veel te lang had geduurd. Hij stapt langzaam uit z'n auto en zegt:

"Dranghekken opladen en wegwezen. Bovendien mag u hier helemaal niet komen met de auto."

"Jij wel dan?" vroeg ik nog.

"Geen commentaar, anders ga je mee naar het bureau."

Afijn, ik weer uit de handboeien en weer aan het zeulen met die dranghekken, maar nu in omgekeerde richting.

Een uur later reden weer over die brug, nu de stad uit. Dag Zutphen.'

'En,' wilde de kastelein weten, 'waren er veel mensen voor een handtekening van die vent?'

'Nee.'

'Waar lag dat aan?'

'Aan het feit dat we een week te vroeg waren. Het is pas op 9 april.'

'Meen je dat nou?'

'Ja.'

'Neem dan nog maar een pilsje. Van de zaak.'

 

© Carl Slotboom / april 2022

www.carlslotboom.nl