Home » Verhalen » Verhalen met een glimlach » De zietskoile

DE ZIETSKOILE


DE ZIETSKOILE

 

'Weet je wat wij gaan doen?'

'Geen idee,' zei Ria. 'Zeg het maar.'

'Wij gooien morgen de tent dicht en gaan een dagje naar het strand. Het wordt hartstikke mooi weer.'

'De tent dichtgooien?' reageerde Ria.

'Ja, dat is toch niet zo gek?'

'Het is morgen woensdag en dan komt Willem, een vaste klant.'

'Nou, dan bel je die af.'

'Zie je het voor je?' zei Ria. 'Dag mevrouw, uw man kan vandaag niet komen want ik ga naar het strand. Dat mens gaat vragen wie ik ben natuurlijk en wat zeg ik dan?'

'Ik ben het wekelijkse verzetje van uw man. Hij moet zich morgen maar even met u vermaken. Hij barst van de fantasie.'

'Je bent een lekkere hulp,' zei Ria schamper.

'Heb je geen mobiel nummer?'

'Ja, die heb ik wel ergens, ik zal 'm bellen,' zei Ria.

'We gaan met de trein, want die parkeerplaatsen zijn altijd hartstikke vol.'

'Gut meid, wat leuk, ik ben in geen honderd jaar met de trein geweest.'

De volgende dag stapten Ria en Corrie op de trein naar Zandvoort. Ze zochten een plekje, tegenover een man van middelbare leeftijd, die verdiept was in een krant. Toen de beide dames plaatsnamen, vouwde hij zijn dagblad op, legde deze op zijn schoot en bekeek de beide vrouwen met belangstelling.

'Zo meid,' zei Corrie, toen de trein zich in beweging zette, 'nu laten wij ons eens heel lekker rijen.'

'Weer eens wat anders,' zei Ria. 'Rijen zonder dat je daarbij hoeft te liggen.'

'En nog prima uitzicht ook,' antwoordde Corrie, terwijl ze naar buiten keek.

'En,' vroeg de man tegenover hen, 'waar gaat de reis naartoe?'

'Waarom wil je dat weten?' vroeg Corrie.

'Belangstelling,' zei de man, terwijl hij in het diep uitgesneden decolleté van Corrie loerde. 'Gewoon belangstelling.'

'Ja,' zei Corrie, 'ik zie 't.'

'We gaan naar Zandvoort,' begon Ria te zingen, 'al aan de zee.'

'O meid, hou op,' gierde Corrie, 'ik pies in me broek.'

'We hebben de zaak gesloten en een daggie vrij genomen en gaan lekker languit op het strand,' zei Ria tegen de man.

'Wat doet u voor werk?' wilde deze weten.

'Wat wij voor werk doen?' zei Ria, die deze vraag niet had verwacht.

'Wij hebben een praktijk aan huis,' antwoordde Corrie.

'Zo zo,' zei de man met enig argwaan, terwijl hij de beide vrouwen van top tot teen bekeek, 'een praktijk aan huis. En wat voor praktijk dan wel, als ik vragen mag?'

'Nee,' antwoordde Corrie, 'dat mag je eigenlijk niet, maar omdat je zo nieuwsgierig bent, wil ik het wel verklappen. Wij hebben een praktijk voor fysiotherapie.'

Daar had de man niet op gerekend.

'O,' zei hij, 'interessant. Wat is uw specialiteit?'

'Spieren,' zei Corrie. 'We zijn gespecialiseerd in stijve spieren.'

'Ja,' vulde Ria aan, 'hoe stijver hoe beter.'

'Dan gaan alle stoppen los,' zei Corrie, 'dan zijn we niet meer te houwen.'

'Gôh,' zei de man.

'Zo,' sloot Corrie het gesprek af, 'nu geven we verder geen interviews mee.'

De man verdiepte zich vervolgens weer in zijn krant en dacht er het zijne van.

Vanaf het station Zandvoort was het slechts een paar minuten lopen naar het strand. Daar aangekomen werden badhanddoeken in het zand gelegd en Ria zette de tas met drinken, broodjes, koekjes en chocolaatjes neer.

'Gut, meid,' zei Corrie, 'je hebt volgens mij de halve Appie Heijn meegenomen.'

'Ik heb ook een potje augurken bij me,' zei Ria, 'lekker fris.'

'O, lekker, meid, een augurkje met zand.'

'We zullen in ieder geval niet van de honger en dorst omkomen,' antwoordde Ria.

Ze hadden hun badpakken thuis al aangetrokken, zodat ze zich op het strand niet in allerlei moeilijke bochten hoefden te wringen.

'Zo en nu eerst languit,' zei Ria en voegde meteen de daad bij het woord.

'Ik zet die tas een stukkie aan de kant,' zei Corrie, 'hij staat een beetje in de weg.'

Ze schoof de tas een eindje in de richting van een nogal gezette man met een enorme buik, die op zijn rug in een door hem gegraven kuil lag. Veel zon had zijn lijf nog niet gehad, want het was akelig wit.

De man keek eerst naar de tas en van de tas naar de beide vrouwen. Vervolgens strekte hij zijn arm uit en schoof de tas langzaam weer terug.

'Wat krijgen we nou?' zei Corrie tegen Ria. 'Zag je dat, Rie?'

'Ik zag het,' zei deze.

'Wilt u niet aan onze tas komen,' zei Corrie. 'Daar zijn we niet van gediend. Bovendien staat die tas u niet in de weg.'

'Wie bitte?' zei de man.

'Ogod, een Duitser,' zei Ria.

'Die denken dat het strand hun eigendom is,' zei Corrie, terwijl ze de tas weer terugschoof.

'Dat ies meine tasje en sie bleiben daarab.'

'Gut meid,' zei Ria, 'je spreekt al een aardig mondje over de grens.'

'Was erlauben Sie sich?' kefte de man, terwijl hij de tas weer terugschoof.

'Abbleiben, habe ieg gezaagt!' zei Corrie en gaf de man een tik op zijn vingers.

Het gezicht van de man werd nog witter dan zijn omvangrijke buik.

'Sind sie verrückt geworden?!' blafte hij, terwijl hij zijn vingers bekeek. 'Das hier ist mein Platz. Ich war hier zuerst.'

'Iek zal dich nog eens wat anders vertellen,' zei Corrie in haar zondagse Duits. 'Das hier ies mein strand, ein Hollandisches strand en je lazert maar auf nach Moffrika, dikkes varken.'

'Meid, wat spreek je goed Duits,' zei Ria vol bewondering.

'Ik heb af en toe Duitse klanten,' antwoordde Corrie.

'Dafür werden Sie sich entschuldigen!' zei de Duitser.

'Wat zegt 'ie nou weer?' wilde Ria weten.

'Hij wil dat ik m'n excuus aanbied. Nou, dan kan 'ie lang wachten.'

'Sie entschuldigen sich sofort für das varken.'

'Ach man, gehen sie fietsen,' diende Corrie hem van repliek.

Nu stond de man op. Eén grote Duitse vleesmassa.

'Ga eens uit m'n beeld, Onkel Heinrich,' zei Corrie, 'ieg kan Engeland nicht meer sejen.'

'Sie nehmen das varken zurück!' zei de witte vleesbonk.

'Ach man, lauf naar de poempe.'

'Zum letztenmal!' brieste de man.

Nu stond ook Corrie op.

'Nou moessen sie mal heel koet loisteren,' zei ze, terwijl ze vlak voor de man ging staan. 'Als je nou je grote doitse klappe niet halt, dan verkauf ik je zo'n dreun voor je harses, dat je voorover in je zietskoile lazert.'

'Was erlauben Sie sich … Sie ordinäres Weibstück!'

Die kwam binnen. Corrie rechtte haar rug en ging nog dichter bij de man staan. Opeens was ze haar Duits vergeten en zei heel rustig in onvervalst Amsterdams: 'Heb ik dat nou goed gehoord? Zei jij ordinair? Vieze vette dikke Duitser.' Daarop haalde ze uit en gaf de man zo'n enorme dreun voor z'n hoofd, dat hij achterover in z'n Sitzkeule viel.

'Zo,' zei ze, 'daar hebben we geen last meer van. Ga je mee zwemmen, Rie?'

Als uitgelaten kinderen renden ze naar de zee en doken meteen kopje onder. Ze gingen met hun rug naar de rollende golven staan en lieten zich meevoeren door de kracht van het water. Toen ze na een half uurtje terugkwamen op hun plek was de Duitser in slaap gevallen.

'Kijk 'm liggen, dornroisjen,' zei Corrie.

'Misschien slaapt 'ie helemaal niet, maar is 'ie gewoon buiten westen van die dreun die je hem hebt verkocht.'

'Hij komt vanzelf wel weer bij.'

De tas ging open en drinken en broodjes werden genuttigd.

'Wat een heerlijke dag,' vond Ria. 'Wat jij, meid?'

Ook Corrie genoot. De Duitser, die inmiddels wakker was geworden, keek af en toe met woeste blikken naar het tweetal, maar dat maakte geen enkele indruk.

Tegen vijf uur zei Ria: 'Ik neem nog even een duik en dan moesten we maar weer eens gaan.'

'Helemaal goed, meid, ga nog even lekker het water in, dan pak ik de spullen vast bij elkaar.'

Terwijl de Duitse buurman inmiddels weer in slaap was gevallen, slenterde Ria naar de zee en Corrie deed wat ze had gezegd. Toen Ria na tien minuten weer terug kwam, had Corrie de spullen gepakt en hield een schep in haar hand.

'Van wie is die schep?' vroeg Ria.

'Geen idee,' zei Corrie, 'die stond hier opeens.'

'Zo maar uit de lucht komen vallen?' wilde Ria weten.

'Weet ik 't,' antwoordde Corrie. 'Kom nou maar, we gaan.'

'Waar is die Duitser trouwens gebleven?' vroeg Ria, terwijl ze om zich heen keek.

'Ik denk terug naar de Heimat,' antwoordde Corrie.

'Hij heeft een mooie berg zand achtergelaten,' zei Ria, terwijl ze naar een enorme zandheuvel wees.

'Kom,' zei Corrie, 'laten we gaan.'

Boven aan het strand aangekomen hoorden ze plotseling geschreeuw en geroep. Toen ze zich omdraaiden, zagen ze dat de reddingsbrigade met man en macht in de zandheuvel aan het graven was, op de plek waar de Duitser had gelegen.

'Weet jij hiervan?' vroeg Ria.

'Niet zoveel vragen hoor,' antwoordde Corrie en begon onmiddellijk te zingen: 'We gaan naar Zandvoort, al aan de zee.'

Gierend van het lachen stapten ze even later in de trein naar Amsterdam.

 

© Carl Slotboom / juni 2021

www.carlslotboom.nl

www.tekstbureau-carlslotboom.nl