AMALIA


AMALIA

 

'Wáár ben je geweest?' vroeg de kastelein verbaasd, terwijl hij een pilsje op de toog zette.

'In Maastricht. Dat zeg ik toch?'

'In Maastricht?'

'Ja, je bent toch niet doof?'

'Nou, rustig maar, niet zo agressief, hoor.'

'Ja, maar ik heb het nu al een paar keer gezegd. Je moet leren luisteren.'

'Wat moet je nou in Maastricht?'

'Maastricht is een hartstikke leuke stad, hoor.'

'Dat weet ik,' zei de kastelein, 'maar wat had jij daar nou te zoeken?'

'Daar heb ik Koningsdag gevierd.'

'Dat kun je hier toch ook, Bob, daar hoef je toch niet extra helemaal voor naar Maastricht?'

'Natuurlijk kan ik dat hier ook, maar in Maastricht kwam dit jaar de Koninklijke Familie.'

'En voor die familie ga je urenlang in de auto zitten om naar het zuiden te rijden?'

'Ja, ik wel, ja,' zei Bob geïrriteerd. 'Ik ben toevallig heel erg oranjeboven.'

'Je bent wát?'

'Oranje blanje bleu.'

'Als het nou Ajax was,' zei de kastelein, 'dan wilde ik er daar wel een paar uurtjes voor rijden, maar de Koninklijke Familie.'

'Ajax,' zei Bob smalend. 'Hou op met je Ajax. Dat stomme voetbal is toch geen cultuur.'

'Smaken verschillen,' antwoordde de kastelein.

'Jij hebt geen smaak. Geef nog maar een pilsje.'

De kastelein kwam van zijn kruk, pakte het lege glas van Bob, spoelde het om en tapte een nieuw biertje in.

'En heb je ze gezien, je Koninklijke Familie?'

'Het is niet je Koninklijke Familie, maar onze Koninklijke Familie,' zei Bob, met de nadruk op je en onze.

'Ik heb eigenlijk al familie genoeg,' vond de kastelein, 'er kan niemand meer bij.'

'Als ze jou zien willen ze je ook helemaal niet. Ze willen alleen maar hele keurige mensen in hun familie.'

'Goed, dan kunnen we dat thema afsluiten. Maar vertel, hoe was het in Maastricht?'

'Breek me de bek niet open.'

'Groot succes dus,' antwoordde de kastelein met een venijnig lachje.

'Ik zeg tegen Erik: "Wij gaan naar Maastricht."

"Wat moeten we daar nou doen?" vraagt 'ie.

Ik zeg: "Wat denk je zelf, druiloor?"

Hij had zoals gewoonlijk weer eens geen idee. Ik zeg: "Wij gaan naar Maastricht en dan gaan we zwaaien naar de Koninklijke Familie."

"We kunnen toch ook naar de televisie kijken?"

"Ja," zeg ik, "dat kunnen we ook, maar dat doen we niet. Wij gaan zwaaien … live en hoogstpersoonlijk."'

'Erik stond dus niet te springen,' zei de kastelein.

'Die staat nooit ergens om te springen, de droogkloot. Maar dat maakt me helemaal niets uit, als ik zeg dat we iets gaan doen, dan doen we dat ook. Hij heeft maar te luisteren. Hij bleef maar zeuren en zaniken. Op een gegeven moment ga ik achter uit m'n strot en zeg: "En nou sodemieter je op, anders ga ik over de rooie." Weg was 'ie. Ja, hij weet wanneer 'ie moet stoppen, anders gil ik de hele buurt bij mekaar.'

'Lekker huwelijk,' zei de kastelein.'

'Aan ons huwelijk mankeert helemaal niets.'

'Zolang Erik maar gehoorzaamt,' zei de man achter de toog.

'Juist. Maar afijn, wij dus op Koningsdag om zes uur 's ochtends in de auto op weg naar Maastricht. Ik had m'n oranje sjerp omgehangen en een oranje pruik op m'n hoofd gezet. Ik zag er bééldig uit, dat kun je je zeker wel voorstellen.'

'Ik probeer het,' antwoordde de kastelein. Aan zijn toon was te horen dat hij er niet veel heil in zag.

'Auto in een parkeergarage gezet en te voet de stad in. Alles was afgezet, overal dranghekken en hartstikke veel volk op straat.

"Je ziet er niet uit," zegt Erik, "met die sjerp en die maffe pruik op je hoofd."

"Als je niet ophoudt met je gezemel zwaai ik ook nog met m'n vlaggetje," zeg ik en begin onmiddellijk te zwaaien. Krijg ik me toch opeens een duw tegen m'n schouder, zeg. Ik draai me om en achter me staat een vrouw, drie keer zo dik als ze lang was.

Ik zeg: "Gaf jij mij een duw?"

"Ja," zegt die troel, "u stak me bijna in m'n oog met dat vlaggetje."

"Bijna?" zeg ik.

"Het scheelde niet veel."

"En omdat ik jou bijna in je oog stak en het niet veel scheelde, geef jij mij een duw. Ben jij nou helemaal van de pot gerukt, ouwe theemuts?!"

"Hou je in, Bob," zegt Erik.

"Inhouden?" zeg ik," "Inhouden!!!" Ik werd me toch een partijtje giftig. "Ik heb die draak niet eens aangeraakt met me vlaggetje en ze duwt me bijna omver."

Ik ga vlak voor dat mens staan en ik zeg: "Nog één keer, omhooggevallen breitrut en je krijgt zo'n lel voor je lelijke tronie dat je de Koningsdag op de eerste hulp door gaat brengen."

Ze wist niet waar ze moest kijken. Het is dat Erik me meetrok, anders had ik dat wijf bij d'r strot gegrepen. Ja zeg, bijna. Je stak me bijna.'

'De stemming zat er al lekker in,' zei de kastelein.

"Hier gaan we staan," zeg ik tegen Erik. "Dit is een mooie straatje. Lekker smal, dan komen ze vlak langs je heen."

"Hier achteraan zien we helemaal niets," zegt Erik.

"Wie zegt dat ik achteraan ga staan?" Ik pak Erik bij de hand en roep keihard. "Even aan de kant allemaal, aan de kant."

Die mensen dachten dat er ik weet niet wat aan de hand was en stoven opzij. Nou, daar stonden we dan, helemaal vooraan, tegen het dranghek.

"Je dringt voor," zegt een vent achter mij.

"Nee, hoor," zeg ik. "Jij ging aan de kant, nou en toen kwam er plek vrij."

"Ja, omdat jij riep dat we aan de kant moesten," zegt die vent.

"Doe je altijd alles wat er gezegd wordt? Zo en nu niet meer zeuren anders prik ik je met m'n vlaggetje in je oog. Ja, als ik toch eenmaal aan het prikken ben, dan kijk ik niet op een oog meer of minder."'

'Maar goed,' zei de kastelein, 'jullie stonden lekker vooraan.'

'Een prima plek. Na een klein kwartiertje zie ik in de verte de stoet aankomen. Wil je wel geloven dat ik helemaal stond te trillen? De zenuwen gierden door m'n strot. Kippenvel. Ja en niet alleen op m'n armen, hoor, nee, over m'n hele lijf. Nou, daar kwamen ze dus, met Wim voorop.'

'Wie is Wim?' vroeg de kastelein.

'Waarom stel jij toch altijd van die stomme vragen? De Koning natuurlijk.'

'O, jij mag Wim zeggen. Ik begrijp het, familie onder elkaar.'

'Daarachter Maxima, maar die zag ik bijna niet want die had een hoed op zo groot als een vliegdekschip. Het was beeldig, hoor, maar net even iets teveel van het goede. Waren ze bijna bij ons in de buurt, lopen ze verdorie naar de overkant van de straat om daar handjes te schudden. Ik denk: ja zeg, daar heb ik dat hele eind niet voor gereden, ik wil ook een hand. Niet van Wim of Max hoor, nee van Amalia. Het is dat ik niet op vrouwen val, maar als dat wel zo zou zijn, zou ik verkering met haar willen hebben.'

'Ja, daar zit de Koninklijke Familie echt op te wachten,' zei de kastelein.

'Maar afijn, ze lopen dus aan de overkant en ik denk: ik moet hier even ingrijpen. Ik dus achter uit m'n strot: "Amalia, joehoe, Amalia!!!" Ik zwaai nog een keer met m'n vlaggetje en wat denk je? Ze draait zich om en loopt naar ons toe. Ja, heel koninklijk, hoor.'

'Lopen die anders dan?' wilde de kastelein weten.

'Natuurlijk, die lopen heel erg anders, heel gracieus. Maar dat zie jij toch niet, jij hebt geen oog voor gracieusiteit.'

'Waar heb ik geen oog voor?' vroeg de man achter de toog verbaasd.

'Ik zeg het niet nog een keer, want ik kreeg het al bijna m'n strot niet uit. Maar goed, ze komt dus op ons af. Ze stond vlak voor me en ik roep: "Amalia, kusje kusje, kusje." Ik leun voorover en wat denk je?'

'Je wordt hartstochtelijk door Amalia gekust.'

'Dat dranghek begint te kantelen en voordat ik het goed en wel besefte lag het ding plat op de grond en krioelden er een hele berg mensen over de straatstenen. Een chaos zal ik je vertellen, een puinhoop, niet te filmen gewoon.

Opeens staan er allemaal kerels in donkere pakken om Amalia heen en trekken haar bij ons weg. Ja, veiligheid voor alles, hè? Afijn het publiek zet dat dranghek weer overeind en wat denk je?'

'Geen idee.'

'Ik sta aan de verkeerde kant.

"Kom achter dat hek," roept Erik.

"Ik pieker er niet over," roep ik terug en loop in de richting van de stoet.

"Kom hier, malloot!" roept Erik nog, maar ik dacht: je bekijkt het maar.

Afijn, ik sluit mij naadloos achter de stoet aan.'

'Waar jij heel gauw verwijderd werd,' zei de kastelein.

'Hoe kom je daar nou bij? In de chaos had niemand iets in de gaten. Bovendien liepen er tal van mensen in die stoet, dus een mannetje meer of minder viel niet op. O, het was énig allemaal. Iedereen zwaaide en ik maar terugzwaaien met m'n vlaggetje en maar handjes schudden. Ik moest ook met heel veel mensen op de foto. Maxima kreeg telkens bloemen en die gaf ze weer aan een ander en die gaf die bloemen ook weer weg. Zo ging dat maar door, die bloemen kwamen steeds meer in mijn richting. Op een gegeven moment had ik m'n armen vol. Ik leek wel een bloemencorso in m'n eentje. Ik kieper het hele spul zo tussen het publiek. Ja zeg, wat moest ik met al dat onkruid? Maar goed, ik denk: ik begeef mij eens een beetje naar de voorste gelederen. Ik naar voren. Wil je wel geloven dat ik een uitstekend figuur sloeg, zo tussen het Koninklijk Bloed?'

'Is dat zo?' vroeg de kastelein.

'Ja, dat is zo,' antwoordde Bob licht geïrriteerd.

'Ga verder.'

'Wat denk je? Opeens loop ik naast Amalia. Ik was helemaal hotel de botel. Ik kreeg spontaan overal stressvlekken in m'n hals. En ze róók toch lekker. Lelietjes van Dalen of zoiets.

"Wat een leuk feest, hè?" zeg ik.

"Wie bent u," vraagt ze. "Ik ken u helemaal niet."

"Nee," zeg ik, "dat kan wel kloppen, de familie houdt mij liever verborgen."

"Verborgen? Waarom dan?"

"Nou," zeg ik, "ik ben namelijk een achterkleinzoon van Prins Bernhard. Hij had ooit een affaire met mijn grootmoeder, die was kassajuffrouw bij de Appie Heijn." Ik denk: ach, ik lul er maar een punt aan.

"Ik kan u niet helemaal volgen," zegt ze. Ik zeg: "Doe geen moeite schoonheid eh… hoogheid. Het komt allemaal in de geschiedenisboeken, dan kunt u het nog eens rustig nalezen."

Ze begreep er volgens mij helemaal niets van. Ze keek zo glazig. Ze weet misschien helemaal niet wat de Appie Heijn is. Die mensen gaan nooit boodschappen doen, hè? Die krijgen alles thuisbezorgd. Ja, toch?'

'Geen idee,' zei de kastelein.

'Die mensen komen ook niet op straat. Ja, met Koningsdag, maar verder zitten ze maar in dat paleis, hè?'

'En wat doen die mensen dan de hele dag?' wilde de kastelein weten.

'Weet ik veel, breien en handwerken en zo. En Wim zit de hele dag maar op die troon.'

'Ik kan wel horen dat je tot de familie behoort,' zei de kastelein, 'je bent zo goed ingewijd.'

'Maar goed, ik denk: ik grijp mijn kans, zo dichtbij kom ik nooit meer. Ik zeg dus tegen Amalia: "Ik zou u zo graag eens willen kussen."

Ze kijkt me vol verbazing aan.

"Mij kussen?" vraagt ze.

"Het kan helemaal geen kwaad hoor," zeg ik. "Ik ben hartstikke homo en getrouwd met Erik, dus veel kan er niet mis gaan."

Ze deinst achteruit en kijkt heel verschrikt.

Ik zeg: "Rustig maar, meid, het hoeft niet, hoor. Ja zeg, ik was niet van plan te bidden en te smeken. Graag of helemaal niet. Heb ik gelijk of niet?'

'Jij wel,' zei de man vanaf zijn kruk.

'Opeens zet ze me toch een strot op en gilt heel Maastricht bij mekaar. Ja, heel erg Koninklijk, hoor, dat wel.

Uit alle hoeken en gaten springen kerels in donkere pakken tevoorschijn en gaan om me heen staan. Ik dacht nog dat het een koningsdagspelletje was, zoiets van zakdoekje leggen, niemand zeggen, allemaal in de kring. Ik word bij m'n lurven gepakt en in een soort houdgreep gehouden. Blauwe lichten, tatuutatuu en ja hoor, hup, de arrestantenbus in. Daar werd ik gefouilleerd. O, heel erg lekker allemaal. Ik zeg: "Doe rustig aan, boys, neem vooral de tijd." Er stonden allemaal mensen om dat busje heen en ik denk: ach ik doe er nog een paar zwaaien achteraan en begin met mijn vlaggetje te zwiepen. Steek ik toch een van die politieagenten in zijn oog. Hij joelde het uit. Het leek Olga Lowina wel. Ken je die, Olga Lowina? Die jodelde altijd zo mooi. Die bink stond maar in z'n oog te wrijven. "Kom hier," zeg ik, "dan kus ik het af." Voordat ik er erg in had, had ik handboeien om.

Lang verhaal kort. Ik heb drie dagen in een politiecel gezeten. Toen ze door hadden dat ik niet gevaarlijk was, hebben ze me de straat opgeschopt. M'n pruik had ik nog steeds op. Ja, je bent oranjeboven of je bent het niet.'