DE HEL
Tegen de ochtend verdwijnen de grillige beelden van de nacht en keert hij
terug op de aarde. De grond onder zijn voeten is hard en koud, maar het is
tenminste een bodem. Nog zijn de contouren van het aardse vaag en
onsamenhangend, maar wanneer hij even op de rand van het bed zit krijgt de
wereld om hem heen aanknopingspunten.
Zijn hoofd voelt zwaar aan, maar dat zal direct, wanneer hij gedoucht heeft
wel beter gaan.
Als hij de gordijnen opent en de grauwe lucht ziet, voelt hij de neiging in
zich opkomen weer in bed te stappen. Uit angst voor de beelden die hem in
zijn slaap belagen besluit hij echter maar op te blijven.
Op weg naar de badkamer komt hij langs de jurk. Een blauwe, goedkope jurk op
een kleerhanger aan de kastdeur. De kat geeft hem kopjes en bedelt om haar
ontbijt. Hij moet oppassen dat hij niet over het dier struikelt. Ze laat een
klagelijk miauwen horen. Van de plank, waar de handdoeken liggen, neemt hij
de doos met kattekorrels en vult het etensbakje. Met gulzige happen begint
ze te knabbelen.
Zal hij zich scheren vandaag of zal hij z'n baard eens voor de verandering
laten staan? Zijn rechterhand glijdt over zijn wang. De bewegingen zijn
traag en hij voelt een licht vibreren in zijn hand. Hij besluit zich maar te
scheren.
Terwijl hij met zijn beide handen op de wastafel leunt, kijkt hij naar zijn
spiegelbeeld. Zijn gelaat is bleek en de ogen liggen te diep in de holle
kassen. Wanneer hij zijn oogleden dichtknijpt en door de wimpers in de
spiegel kijkt, stelt hij zich voor dat hij er zo uit zal zien wanneer hij
eenmaal gestorven is. Hij draait de warme kraan open, maakt zijn handen nat
en dept zijn gezicht. Uit het kastje neemt hij zijn scheerspullen.
Hij denkt aan Leinders en aan het feit dat hij hem ondanks alles een
bijzonder eigenaardige man blijft vinden. Meelevend, invoelend, dat wel,
doch bovenal eigenaardig, maar is dat niet het beeld dat bij psychiaters
past?
'De grootste gek zit achter het bureau'. Waar heeft hij dit onlangs toch
gehoord? Of heeft hij het gelezen? Hij weet het niet meer en terwijl hij
zijn gezicht inzeept, besluit hij er niet meer over na te denken.
Vroeger droeg zo'n man toch een witte jas? Een lange witte jas? Dokter
Leinders niet, die draagt gewoon een kostuum. Weliswaar een kostuum dat niet
meer van deze tijd is, maar in ieder geval geen witte jas.
Toch vervelend dat hij nu niet meer weet waar hij die zin over die gek die
achter het bureau zit vandaan heeft. Zo vergeetachtig de laatste tijd, zijn
hoofd lijkt wel een vergiet.
'Een vergiet met grote gaten', zou Marianna zeggen. Hoe vaak heeft ze dit al
niet tegen hem gezegd: 'Je hoofd is als een vergiet met grote gaten'.
Zou die zin van haar zijn? Nee, hij kan het zich niet voorstellen, het was
toch juist Marianna die hem...
Met lange, voorzichtige streken laat hij het scheermes over zijn gelaat
glijden en hoort hoe de baardstoppels knarsend onder het mes verdwijnen.