CARL SLOTBOOM -  toneelschrijver / regisseur


  roman - gedeelte van eerste hoofdstuk       


 

 

Nominatie

AKO Nieuwe Schrijversprijs

2008-2009

 

 

Eerste hoofdstuk

Korte inhoud

Aanleiding

Biografie auteur

Schrijversprijs 2008-2009

Reacties van lezers

Verkrijgbaar

Naar toneelwebsite

  

 

 

 

 

 

DE HEL

 

Tegen de ochtend verdwijnen de grillige beelden van de nacht en keert hij terug op de aarde. De grond onder zijn voeten is hard en koud, maar het is tenminste een bodem. Nog zijn de contouren van het aardse vaag en onsamenhangend, maar wanneer hij even op de rand van het bed zit krijgt de wereld om hem heen aanknopingspunten.

Zijn hoofd voelt zwaar aan, maar dat zal direct, wanneer hij gedoucht heeft wel beter gaan.

Als hij de gordijnen opent en de grauwe lucht ziet, voelt hij de neiging in zich opkomen weer in bed te stappen. Uit angst voor de beelden die hem in zijn slaap belagen besluit hij echter maar op te blijven.

Op weg naar de badkamer komt hij langs de jurk. Een blauwe, goedkope jurk op een kleerhanger aan de kastdeur. De kat geeft hem kopjes en bedelt om haar ontbijt. Hij moet oppassen dat hij niet over het dier struikelt. Ze laat een klagelijk miauwen horen. Van de plank, waar de handdoeken liggen, neemt hij de doos met kattekorrels en vult het etensbakje. Met gulzige happen begint ze te knabbelen.

Zal hij zich scheren vandaag of zal hij z'n baard eens voor de verandering laten staan? Zijn rechterhand glijdt over zijn wang. De bewegingen zijn traag en hij voelt een licht vibreren in zijn hand. Hij besluit zich maar te scheren.

Terwijl hij met zijn beide handen op de wastafel leunt, kijkt hij naar zijn spiegelbeeld. Zijn gelaat is bleek en de ogen liggen te diep in de holle kassen. Wanneer hij zijn oogleden dichtknijpt en door de wimpers in de spiegel kijkt, stelt hij zich voor dat hij er zo uit zal zien wanneer hij eenmaal gestorven is. Hij draait de warme kraan open, maakt zijn handen nat en dept zijn gezicht. Uit het kastje neemt hij zijn scheerspullen.

Hij denkt aan Leinders en aan het feit dat hij hem ondanks alles een bijzonder eigenaardige man blijft vinden. Meelevend, invoelend, dat wel, doch bovenal eigenaardig, maar is dat niet het beeld dat bij psychiaters past?

'De grootste gek zit achter het bureau'. Waar heeft hij dit onlangs toch gehoord? Of heeft hij het gelezen? Hij weet het niet meer en terwijl hij zijn gezicht inzeept, besluit hij er niet meer over na te denken.

Vroeger droeg zo'n man toch een witte jas? Een lange witte jas? Dokter Leinders niet, die draagt gewoon een kostuum. Weliswaar een kostuum dat niet meer van deze tijd is, maar in ieder geval geen witte jas.

Toch vervelend dat hij nu niet meer weet waar hij die zin over die gek die achter het bureau zit vandaan heeft. Zo vergeetachtig de laatste tijd, zijn hoofd lijkt wel een vergiet.

'Een vergiet met grote gaten', zou Marianna zeggen. Hoe vaak heeft ze dit al niet tegen hem gezegd: 'Je hoofd is als een vergiet met grote gaten'.

Zou die zin van haar zijn? Nee, hij kan het zich niet voorstellen, het was toch juist Marianna die hem...

Met lange, voorzichtige streken laat hij het scheermes over zijn gelaat glijden en hoort hoe de baardstoppels knarsend onder het mes verdwijnen.

 

© Carl Slotboom Abbekerk - 2011